Domeinen

Er worden 3 domeinen van ontwikkeling bekeken: (1) grove en fijne motoriek, (2) taal en communicatie en (3) sociale vaardigheden, spel en ander opvallend gedrag.

Grove en fijne motoriek

Onder grove motoriek vallen alle bewegingen waarbij je het hele lichaam gebruikt, zoals kruipen, lopen, springen, fietsen, gooien, enz. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan evenwicht en kwaliteit van bewegen. Fijne motoriek omvat bewegingen van de handen en de vingers, zoals om te grijpen, tekenen, knippen, eten en knopen te openen/dicht te maken.

Taal en communicatie

We gaan na of de taalmijlpalen, die passen bij de leeftijd bereikt zijn. Enerzijds brengen we problemen op vlak van taalgebruik in kaart, zoals het gebruik van klanken, brabbelen, het gebruik van losse woorden, het combineren van woorden tot zinnen en het correct toepassen van grammaticale regels. Daarnaast kijken we naar taalbegrip, zoals het reageren op de eigen naam, reageren op instructies en begrijpen van een verhaal. Er wordt ook gepeild naar problemen op vlak van articulatie. Tot slot bevat de tool vragen over de communicatie, zoals om hulp vragen, emoties laten zien, gebaren gebruiken en een gesprek kunnen voeren.

Sociale vaardigheden, spel en ander opvallend gedrag

Er wordt nagegaan op welke manier het kind in interactie gaat met anderen, zoals met ouders/verzorgers of leeftijdsgenoten. Verder peilt de tool naar hoe het kind speelgoed gebruikt en of er opvallende gedragingen aanwezig zijn, zoals bepaalde zich herhalende bewegingen, overgevoeligheid voor prikkels of angst.

Waarom deze domeinen?

Door signalen op deze domeinen van ontwikkeling in kaart te brengen, willen we nagaan of er bij het kind nood is aan verdere diagnostiek op gebied van motorische problemen, taalontwikkelingsstoornissen en/of een autismespectrumstoornis.